framboos
Frambozen zijn in te delen in twee types: zomer- en herfstframbozen. Zomerframbozen bloeien op de stengels van het afgelopen jaar, herfstframbozen bloeien op scheuten die in het voorjaar zijn opgekomen. Persoonlijk is schrijver dezes een liefhebber van herfstframbozen - ik hoef namelijk nooit te onthouden welke stengels er moeten blijven staan en welke niet, in november wordt alles gewoon bij de grond afgesneden. Klaar. Het voordeel van deze teeltwijze is dat de planten bloeien op krachtige scheuten van hetzelfde jaar, en niet op miezerige stengeltjes die met moeite de winter hebben overleefd. Bovendien worden met de snoeibeurt schadelijke insecten en ziekten opgeruimd. Nadeel is misschien dat de oogst later in het jaar valt - vanaf augustus/september. Het wachten is echter de moeite waard.Een framboos is weinig veeleisend, maar houdt van een zonnige standplaats en een rijke bodem. Een al te natte bodem wordt slecht verdragen.
Frambozen zijn gemakkelijk te vermeerderen dmv van worteluitlopers. In het voorjaar komen de scheuten rondom de struik te voorschijn en is het eenvoudig om een stek met wortels uit te steken.
Behalve de rode framboos is er ook een witte (geelachtige) variant. Bij professionele frambozen kwekers krijgen de planten na een aantal jaren last van virusziekten, te herkennen aan de verkleuringen in het blad. Als we in de moestuin zien dat de frambozen op den duur zwak worden en weinig dragen, kan het ook tijd zijn om een vruchtwisseling toe te passen: ruim de oude frambozen op, en begin op een ander plekje met schoon plantmateriaal van een kweker.
Naast confiture en sap kan er van frambozen ook een heerlijk aromatische vruchtenwijn gemaakt worden.
