sla

Zaaien
Sla heb je in soorten en maten. Er is kropsla, krulsla en eikebladsla (vormen een vrij losse krop), bindsla en ijsbergsla (vormen een vaste krop), en pluksla en snijsla (geen krop, er worden losse blaadjes geoogst). Bindsla ziet er uit als kropsla, maar dan met een dichtere krop en dikker blad. Bindsla is een feite een oude naam voor bepaalde kropsla-soorten die samengebonden werd om een mals, geel hart te krijgen. Wat tegenwoordig bindsla heet, is in feite romeinse sla (Lactuca sativa var romana), en deze hoeft niet opgebonden. Romeinse sla heeft van zich zelf een geel hart, vandaar wellicht de naamsverwarring.
Pluksla wordt op een rijtje gezaaid, niet uitgedund, en naar believen geoogst. Snijsla wordt op rijtjes of breedwerpig gezaaid. De teelt van snijsla is voor iedereen mogelijk, en kan eventueel in een bloempot plaatsvinden. Het is een korte teelt, waarmee we vanaf eind februari/begin maart onder glas mee kunnen beginnen.
De krulsla soorten zijn o.a. de bekende Lolla Rossa en Lolla Bianca. Deze soorten doen het goed in het voorjaar, in het najaar is het zachte blad gevoelig voor ziekten. Eikebladsla is beter geschikt voor de herfstteelt, deze soort kan zelfs lichte vorst overleven.
Er zijn slasoorten voor elk seizoen, lees dus goed de aanwijzingen op de zakjes zaad. Pluksla kan vanaf maart/april bij mooi weer buiten worden gezaaid. Voor kropsla en bindsla gaan we liefst uit van plantjes, die we gekocht hebben of zelf voorgetrokken. Plant ze uit vanaf april/mei bij goed weer in de volle grond. Het plantverband is ongeveer 25 x 30 cm. Voor ijsbergsla moeten we wat ruimer plantverband aanhouden.
Sla moet goed aan de groei blijven om mals blad te produceren, en om te verhinderen dat de planten vroegtijdig gaan schieten. Bij het zelf voortrekken moeten we er dan ook voor zorgen dat er geen groeivertraging optreed. Zaai sla daarom in turfpotjes (of in andere potjes) en dun uit zodat er per potje één plantje overblijft. Dit plantje kan dan met kluit en al overgeplant worden. Sla-zaadjes kiemen snel en groeien ook snel. Bij voortrekken van plantjes op de vensterbank vroeg in het seizoen worden de plantjes snel lang en iel. Zet ze dus zo zonnig mogelijk op de vensterbank, of plaats ze buiten in een koude bak. Improviseer eventueel zelf een koud bakje met behulp van bakstenen en een glasplaat, als u niet over een broeibak beschikt.
We maken het ons gemakkelijker als we uitgaan van gekochte plantjes uit een tuincentrum, dat geeft minder kans op mislukking en levert sneller een resultaat. Het vereist immers toch wat ervaring om jonge plantjes succesvol op te kweken. Zelf zaaien is echter wel spannender, en bied de mogelijkheid om soorten uit te proberen die niet als plantjes aangeboden worden. Overweeg eventueel om beide te doen; zowel plantjes kopen, als ook zelf een keer zaaien.
Zaai per keer niet meer sla dan u in 2-3 weken consumeert, het risico van doorschieten neemt toe als de sla ouder wordt. Zaai wel elke 2-3 weken opnieuw om steeds van verse sla voorzien te zijn.

Bemesting
Sla heeft een vruchtbare grond nodig, maar geen grond die zojuist flink bemest is met dierlijke mest. Liever dus grond die in het afgelopen najaar bemest werd, of als volggewas na een gewas dat wel goed bemest werd. Bemesten met goed verteerde compost kan altijd. Een bodem met een goed vochthoudend vermogen is van belang voor sla, omdat een korte periode van watergebrek al kan leiden tot doorschieten.

Ziekten en plagen
De wortels van sla kunnen aangetast worden door wortelluizen en diverse soorten aardrupsen. Vang deze laatste weg als u ze ziet. Boven de grond kunnen we last hebben van bladluizen en slakken. Verder kan het blad aangetast worden door verschillende soorten schimmels. Valse meeldauw veroorzaakt geel-witte vlekken op de bovenkant van de bladeren. Schimmels van de geslachten Rhizoctonia en Sclerotina veroorzaken smet en rot, ziekten die hele kroppen in korte tijd kunnen vernietigen. Bij smet verrot voornamelijk de basis van het blad, bij rot wordt de stengel zelf aangetast. Voorkomen van deze schimmelziekten kan o.a. door goed luchten in kassen of platte bakken, vermijden van stikstofrijke bemesting, en het aanhouden van een ruim plantverband. Vernietig aangetaste kroppen en pas een vruchtwisseling toe (wacht 3 jaar voor terugkeer naar het zelfde perceel).[Besselink, 1993] Schimmelziekten treden vooral onder glas op; in kassen of koude bakken.

Gewasverzorging
Geef sla goed water: het gewas moet goed kunnen groeien om smakelijk blad te kunnen leveren. Vermijd omstandigheden die schieten (bloeien) bevorderen (te dicht op elkaar planten, te droog, te arme grond). De meeste slasoorten zijn niet of nauwelijks daglengtegevoelig zoals bv. andijvie. Slechts enkele oudere soorten (meikoningin) gaan schieten door het daglengte effect. De meeste soorten gaan bloeien als ze overrijp zijn (meteen na de kropvorming), of als de omstandigheden tegenzitten.
Ga er van uit dat we verschillende keren per jaar moeten zaaien om altijd over verse sla te kunnen beschikken.

Oogsten en bewaren
Oogst sla 's ochtends en bewaar hem in de koelkast tot het moment van consumptie.

Kort teeltverslag:
Kiemplantje van ras meikoningin op 3 april.


Geraadpleegde literatuur
[1] Besselink, José: Tuinboek van de kleine aarde. Uitgeverij De Kleine Aarde, Boxtel, 1993.




   ©moestuintips     info@moestuintips.nl